Lexicon
Uitgeverij du Promontoire heeft haar aanpak samengevat in een lexicon
Uitgeverij du Promontoire wordt gekenmerkt door een eigen intellectueel universum, met zijn verwantschappen en filiatie, en meer bepaald door de verwijzing naar één theorie, de mediatietheorie, die ons zeer precies binnen de menswetenschappen situeert.
Dat universum en die verwantschappen kunnen in eerste instantie worden samengevat in een lijst van enkele auteurs, intellectuele stromingen, specifieke begrippen en meer gangbare noties, die u terugvindt in het onderstaande lexicon.
De aanpak van Uitgeverij du Promontoire is op zichzelf bijzonder ernstig, maar juist daarom menen wij dat wij onszelf niet ook nog eens al te ernstig hoeven te nemen. Dit kleine lexicon, met humor geschreven en richtinggevend voor onze uitgaven, wil de lezer dan ook vooral zin geven om verder te lezen.
De volledige definitie, toelichting en bespreking van de onderstaande begrippen, evenals de voorstelling van de genoemde auteurs, worden verder uitgewerkt in de boeken die door Uitgeverij du Promontoire worden gepubliceerd.
Uiteraard is deze lijst niet uitputtend.
De auteurs:
Lacan, Saussure, Freud, Lévi-Strauss, Marx en vooral Jean Gagnepain.
De concepten:
Deconstructie, negativiteit, dialectiek.
De intellectuele stromingen:
Renaissance, humanisme, Verlichting, structuralisme, psychoanalyse, epistemologie, antropologie, psychologie, sociologie, linguïstiek
De algemene begrippen:
God of de goden, religie, de wetenschap of de wetenschappen, en de mens. Want voor men de menswetenschappen kan introduceren en gebruiken om iets over de Mens te verklaren, te beginnen met God of religie, moet eerst worden bepaald wat de mens is en wat een wetenschap is. Ook onbewuste, moraal, ethiek, zin en spiritualiteit, maar eveneens het bovennatuurlijke, relativiteit, fundamentalisme, geloof of atheïsme, evenals rationaliteit, natuur en cultuur, komen in dit lexicon aan bod, omdat zij essentieel zijn voor ons betoog.
Lexicon
De auteurs:
Sigmund Freud werd in 1856 geboren in Freiberg. Deze stad maakte toen deel uit van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk, Freud was dus van Oostenrijkse afkomst. Vandaag ligt zij in Tsjechië. Als arts en neuroloog geldt Sigmund Freud als de grondlegger van de psychoanalyse. Hij overleed in 1939 in Londen. Zijn werk vormt een monument in de hedendaagse intellectuele geschiedenis, al wordt het vaak verkeerd begrepen. Wij onthouden vooral dat hij de oorsprong van onze moraal heeft blootgelegd.
Karl Marx werd in 1818 geboren in Trier, in Duitsland, en overleed in 1883 in Londen. In de loop van zijn leven bouwde hij een monumentaal oeuvre op. Als filosoof ontwikkelde hij een scherpe kritiek op het kapitalisme en werd hij vooral bekend door zijn stelling dat de geschiedenis het resultaat is van de klassenstrijd. Karl Marx was zowel moralist als theoreticus.
Ferdinand de Saussure (1857-1913) was een Zwitserse taalkundige. De linguïstiek is de discipline die het menselijke taalvermogen bestudeert. Saussure geldt als de grondlegger van de moderne linguïstiek. Voor hem beperkte men zich tot historische en vergelijkende taalstudies. Ferdinand de Saussure was de eerste die de eigenschappen van het menselijke taalvermogen probeerde te bepalen, los van de afzonderlijke talen.
Claude Lévi-Strauss, geboren in 1908 in Brussel als zoon van Franse ouders, heeft onlangs zijn honderdste verjaardag gevierd. Als Frans antropoloog, etnoloog en filosoof geldt hij als een van de grondleggers van het structuralistische denken.
Jacques Lacan (1901-1981) was een Franse arts, psychiater en psychoanalyticus. Hij heeft ons begrip van de freudiaanse psychoanalyse grondig vernieuwd.
Jean Gagnepain, geboren op 16 november 1923 in Sully-sur-Loire en overleden op 3 januari 2006, was een Franse antropoloog en taalkundige. Hij bracht het grootste deel van zijn loopbaan door aan de Universiteit van Rennes. Hoewel hij bij het grote publiek relatief onbekend is gebleven, heeft professor Gagnepain een bijzonder krachtig oeuvre ontwikkeld, dat bekendstaat als de mediatietheorie.
Definities:
Begrippen, intellectuele stromingen en gangbare noties
Antropologie: wordt vaak verward met de etnologie. De etnologie beschrijft specifieke menselijke samenlevingen, terwijl de antropologie zich richt op wat universeel is aan de Mens.
Atheïsme: In zijn boek ‘God en de Mens' brengt Adrien Morel zowel wat hij de «atheërs» noemt als de atheïsten samen onder de noemer atheïsme, twee categorieën die hij daar definieert. Zo werkt hij een visie en een verklaring van God en van religie uit die gemeenschappelijk is voor wie gelooft en wie niet gelooft.
Cultuur: Cultuur, die wordt gedefinieerd in tegenstelling tot de natuur, bestaat er niet in dat men «gecultiveerd» is. Trouwens, ook de natuur wordt gecultiveerd.
Zij omvat evenmin alles wat «aangeleerd» zou zijn, in tegenstelling tot alles wat «aangeboren» is.
Dat zou al te eenvoudig zijn. Dan hadden we de menswetenschappen niet eens hoeven uit te vinden.
Het is daarentegen absoluut noodzakelijk eerst een definitie te geven van natuur en cultuur, voor we kunnen aangeven wat natuurwetenschappen en cultuurwetenschappen zijn.
Deconstructie: Conceptuele ontmanteling van een gedragsvorm in haar samenhang, met als doel haar te herleiden tot de veelheid van onderliggende mechanismen.
Dialectiek: Een proces in drie fasen, dat lange tijd als opeenvolgend werd opgevat, maar dat wij zullen leren begrijpen als gelijktijdig.
God: Adrien Morel werkt in zijn boeken een definitie en een verklaring van God uit die volledig losstaan van zijn verschijningsvormen, vertegenwoordigers of profeten. Jezus Christus, Boeddha of Mohammed, Christus of Allah, god of godin, Griekse of Egyptische goden…
Eveneens biedt hij een definitie en een verklaring van religie die losstaan van mythen, geloofsovertuigingen en uiteenlopende mythologische voorstellingen. Animisme, polytheïsme of monotheïsme, islam, jodendom, boeddhisme of christendom, moslim of christen, katholiek of protestant…
Epistemologie: De centrale discipline, elders op deze site gedefinieerd.
Geloof: Geloof is een weddenschap waarvan de mogelijkheid door de atheërs moet worden gevrijwaard wanneer zij een wetenschappelijke verklaring van de religie voorstellen.
Humanisme: Het ware humanisme zal beginnen zodra de mens ermee ophoudt de aap uit te hangen.
Onbewuste: Deze term, zoals Freud hem aanvankelijk gebruikte, duidt een deel aan van de impliciete processen die de mens vormen en kenmerken en hem van het dier onderscheiden.
Fundamentalisme: Religieuze samenlevingen gaan vaak gepaard met religieus fundamentalisme. Seculiere samenlevingen zijn er op hun beurt in geslaagd een atheïstisch fundamentalisme uit te vinden.
Linguïstiek: De wetenschap waardoor men de eigenheid van de mens heeft ontdekt, begrepen, gekarakteriseerd en gedefinieerd.
Verlichting: Een optische illusie. De kern van wat de Verlichting zal uitmaken, treedt nog maar net uit de schaduw tevoorschijn.
Moraal en ethiek: Moraal en ethiek, die geen synoniemen zijn, staan in dienst van de opvoeding en van de regulering van het genot van de mens. De cultuurwetenschappen maken het mogelijk hun een definitie en een inhoud te geven zonder enige verwijzing naar religie.
Negativiteit: Het tegendeel van het positivisme, dat helaas nog al te vaak een positieve bijklank krijgt.
Psychoanalyse: Het belang van haar theoretische ontdekking reikt ruimschoots verder dan haar therapeutische techniek.
Psychologie: De wetenschap van datgene waartoe het subject zich niet laat reduceren, hoezeer het zelf ook meent te weten wat het denkt.
Rationeel: (rationalisme, rationalist) In tegenstelling tot een nog altijd wijdverbreid misverstand is rationeel geenszins synoniem met cartesiaans. In werkelijkheid vormt het cartesiaanse slechts een deel van het rationele.
Relativiteit: Wordt vaak verward met relativisme. Iedereen, en kinderen in het bijzonder, denkt, zegt en doet wat hij wil. Dat is een van de zwakke plekken van de huidige moderne samenlevingen. Toch staan de democratieën op het punt opnieuw de legitimiteit van een atheïstische morele wet te erkennen. De boeken van Adrien Morel werken in die richting. Het gaat om een historische bijsturing die nodig was nadat men zich van de religie had ontdaan, of meende zich ervan te hebben ontdaan.
Religie: Antropologische theorie en prewetenschappelijk antropologisch instrument.
Renaissance : Als u de vorige kon smaken, zult u de volgende verheerlijken.
Wetenschap: In het eerste boek van Adrien Morel (Atheïsme: het einde van het religieuze of de toekomst van de religie?) ontdekt u de drie typen wetenschap, waarvan het eerste de religie is.
Zingeving: Mensen hebben nood aan zingeving, aan betekenis in hun leven en aan zin in de geschiedenis. Om geluk te vinden of de dood onder ogen te zien. Om de wereld opnieuw uit te vinden of eenvoudigweg te aanvaarden dat zij erin leven. Wanneer die zingeving niet langer uit het hiernamaals komt, moet zij van elders komen.
Sociologie: Wetenschap die de relativiteit in het domein van het menselijke heeft geïntroduceerd.
Structuur: Dit begrip, waaruit de term structuralisme is voortgekomen, is veel te wezenlijk om er grapjes over te maken. Het wordt uitgelegd, toegelicht en besproken in het tweede boek van Adrien Morel (God en de Mens).
Bovennatuur: Het domein van het bovennatuurlijke. De bovennatuur is een logische uitvinding. Zij werd opgevat als datgene wat «voorbij de natuur» ligt.
Spiritualiteit: Spiritualiteit is de regulering van de investering in het zijn, met andere woorden de regulering van het bestaan. Zij verdwijnt niet doordat zij ophoudt religieus te zijn.
In de publicaties van Uitgeverij du Promontoire vindt u de volledige, beargumenteerde en uitgewerkte voorstelling van deze begrippen en noties, en van nog vele andere.